In deze rozentuin leeft een diertje dat je vast wel eens hebt gezien.
Daar, op dat kleine knopje. Een lieveheersbeestje!
Lieveheersbeestjes zijn rood met zwarte stippen. Zullen we ze eens tellen? Op deze kant zie ik er 1, 2, 3… Draai je eens om! Dankjewel. En een 4e in het midden. En 5, 6, 7 op de andere kant.
Het kleine beestje achter het lieveheersbeestje is een bladluis. Normaal eet het lieveheersbeestje die, maar nu interesseert het hem even niet. Het lieveheersbeestje is iets anders van plan.
Hij klimt in een knop en wil wegvliegen. Maar dat lukt niet meteen de eerste keer.
Hij loopt zenuwachtig wat heen en weer tot ie de beste startpositie gevonden heeft.
De tweede keer lukt het.
De buurman heeft hetzelfde trucje ontdekt. Eens kijken of hij het ook kan.
Nu heel langzaam. Dan kun je precies zien hoe een lieveheersbeestje wegvliegt.
Zo snel gaat het in het echt, nu nog een keertje in slowmotion.
Eerst klapt hij de rode dekvleugels naar boven. Die beschermen de kwetsbare vleugels daaronder. De vleugels zitten opgevouwen onder het rode schild en klappen zich uit. Dan begint het lieveheersbeestje met zijn vleugels te slaan. Als hij genoeg vaart heeft, stijgt hij op. Als het moet op zijn rug.
Nog een keer: zo snel in het echt en zo in slowmotion.
Goede reis!