Wie doet hier eigenlijk wat? Het Metropole-orkest bestaat uit veel verschillende soorten muzikanten. Die hebben allemaal een eigen taak en vaste plek. Laten we eens gaan kijken naar de pauken. Een pauk is een keteltrom. Een ketel gemaakt van koper of kunststof met daaromheen een vel. Door met een stok op het vel te slaan klinkt een bepaalde toon. Nu sla je ongeveer 10 cm van de rand en niet in het midden, waarom is dat?
Als je een steen in het water gooit dan zie je allemaal van die kringen en die gaan allemaal naar buiten toe. Als we dat hier doen dan gaan de golven naar de rand en die is van staal en dan houdt het op. Speel je het hier dan gaat het naar binnen en dan heb je een hele lange klank.
Het gaat veel langer door. Het vel is dus belangrijk voor de klank. Met deze schroeven kun je het vel strakker of losser draaien. Draai je hem strakker dan wordt de toon hoog, draai je hem losser dan wordt de toon lager. Om tijdens een concert nou aan al die schroeven te moeten draaien, dat is niet te doen. Daarom is er een voetpedaal. Die is aangesloten op draden die de spanning van het vel kunnen verhogen of verlagen. Zo kun je tijdens het spel van toonhoogte veranderen. Als dat allemaal al kan met 1 pauk, waarom staan er hier dan 4? Omdat de hoogste toon dit is en hier is de hoogste toon dit. Ze hebben allemaal een ander bereik en zo kun je dus veel meer verschillende tonen spelen. Een paukenist kan een toon niet altijd heel lang door laten klinken. Soms moet hij de galm dempen. Dat doet hij door zijn vingers op het vel te drukken. Zo dus. Goed? De pauken staan altijd dicht bij de blazers zodat ze goed gelijk kunnen spelen. Vaak achteraan zodat het hele orkest ze kan horen. En dan nu de roffel die alleen zo op de pauken kan klinken. Wat een geluid. Prachtig hoe dat in het geheel klinkt.