Moet je kijken, op dit blad: wat een rare bobbel? Misschien denk je wel dat deze boom ziek is. Maar de boom is helemaal gezond hoor! Gelukkig. En die bobbel? Dat is een GALLETJE!
Een galletje groeit omdat een galwesp of een ander gal-insect een eitje legt IN een boomblad. Bij deze bijvoorbeeld heeft moeder galwesp eerst een heel klein gaatje in dit eikenblad geprikt. Ze legt daar een eitje in en laat tegelijkertijd een stofje achter, een soort groeimiddel. Het blad gaat anders groeien: rondom het eitje ontstaat een mooi rond balletje: het galletje.
De larve die uit het eitje komt kan veilig wonen in de gal. En, heel handig: de larve heeft genoeg te eten: De gal groeit nog een hele tijd door en de larve kan zo de hele binnenkant opeten. Even kijken of deze dat ook al heeft gedaan - dit moet je zelf niet doen hoor - maar ik kan het zo aan iedereen tegelijk laten zien - ik snij het galletje voorzichtig open - en kijk- ja! Daar zit een larfje! Als de larven genoeg gegeten hebben gaan ze zich verpoppen.
In de herfst vallen de blaadjes met de galletjes van de boom. Tegen de winter komen de nieuwe galwespen uit de galletje kruipen. En er is één plant die vaak door gal-insecten gebruikt wordt. Dat is de eik.
Wetenschappers hebben meer dan 80 verschillende gallen ontdekt op eikenbomen. Want niet alleen galwespen kunnen zorgen voor gallen, er zijn ook soorten muggen, vliegen, luizen en mijten die hun eitjes leggen in bladeren. Gallen kunnen overal op de plant zitten. Op de takken, bladeren, bloemen en wortels!Kijk maar eens goed of je zelf ook gallen kunt vinden.