Bedrijven kopen goederen en diensten bij leveranciers in en maken hiervan eindproducten met behulp van productiefactoren als kapitaal, arbeid, ondernemerschap en natuur. De eindproducten worden vervolgens verkocht. Het verschil tussen inkoopprijs en omzet heet toegevoegde waarde. Als je de toegevoegde waarde van alle bedrijven en overheidsinstellingen bij elkaar optelt ontstaat het binnenlands product. Bedrijven investeren door kapitaalgoederen te kopen. Als je de afschrijvingen daarvan optelt bij het binnenlands product krijg je het bruto binnenlands product, het BBP.
Hierin zijn ook alle afschrijvingen op kapitaalgoederen, zoals machines, en alle ambtenarensalarissen meegeteld. De overheid levert namelijk goederen en diensten waar je geen verkoopprijs aan kunt hangen