Even een beetje vaart maken. Rustig naar opzij en dan naar links voor glijden. En weer naar rechts voor glijden. A! Aaa! Bij een schaatsslag is een ding voor iedereen hetzelfde. Je doet je been opzij om vooruit te gaan. Maar hoe 't voor de rest moet, lijkt per persoon te verschillen. We zien heel veel verschillende schaatsers. En er bestaan veel verschillende technieken. Deze schaatser imiteert vier verschillende schaatsstijlen. Hier wordt bijvoorbeeld een soort double push gemaakt. De schaats wordt erachter gehaald. Dat been gaat heel ver achter het voorbeen. Ja. Deze gaat van links naar rechts over de baan. En dit is helemaal een gekke slag. Haha! Deze schaatser imiteert vier olympische schaatsers. Whoo! Toen dachten we: Waarschijnlijk bestaat er voor elk individu een ideale techniek. Op de TU Delft krijg ik een voorproefje te zien... van HET technologische hoogstandje dat schaatsers moet helpen bij het verbeteren van hun slag. De zogeheten meetschaats. Eline van der Kruk is er jaren mee bezig geweest. Waar zitten de meetdingen? Wat is dit allemaal? Het is een klapschaats, daar rijden alle schaatsers op. Eigenlijk is 't een meetbrug. Deze brug zet een schaatser tussen zijn schoen en zijn blad. In de meetbrug zitten twee sensoren. Die meten de afzetkracht van een schaatser. De data die we meten, worden doorgestuurd naar dit kastje. Dit kastje stuurt de data door naar een telefoon en die stuurt het weer door naar een bril. Dan kunnen we data in een bril weergeven. Op de telefoon zie je een lijn in een grafiek uitslaan. De lijn reageert op de meetschaats die op de achtergrond beweegt. In de grafiek is de data verwerkt. Bijvoorbeeld de kracht waarmee een schaatser z'n schaats afzet op het ijs...en de hoek waaronder dat gebeurt. Die gegevens kun je daarna vergelijken met een computermodel dat voor elke schaatser een ideale slag voorspelt op basis van lengte en gewicht. Met de meetschaats kun je precies zien hoe een schaatser afwijkt van het ideale model. De wetenschappers doen dit onderzoek op verzoek van de schaatscoaches. Wat wilden die coaches precies weten? Een coach heeft maar een kort moment op de baan dat hij iets kan roepen. Kom op op op op op op op! Dan is de schaatser de bocht door en duurt het een hele tijd voordat-ie weer bij z'n coach is. Als je iemand realtime feedback geeft, krijgt hij in een bril continu feedback over de hele baan. Tijdens het schaatsen heeft de sporter daar iets aan. De meetgegevens worden per slag live omgezet in kleuren die in een speciale bril worden geprojecteerd. Heb je die bril op, dan zie je dit in je rechterooghoek gebeuren. Zie je rood, dan rijd je onder het gemiddelde. Zie je groen, dan rijd je je gemiddelde. Zie je blauw, dan rijd je beter dan gemiddeld en verbeter je jezelf. We kunnen niet zeggen dat het blessures voorkomt, we meten vooral. We proberen wel met de modellen en metingen inzicht te geven aan een coach om te laten zien dat er voor elke schaatser een individuele techniek bestaat en dat je niet iedereen hetzelfde moet trainen. Van dat soort modellen worden we altijd beter. Ik sta er achter, hartstikke mooi. Ja, precies! Ah!