Moeder Aarde heeft een belangrijke baan: een baan om de zon. Zo’n rondje zon duurt 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en 45,1814 seconden. Dat betekent dat als wij op 31 december om middernacht het nieuwe jaar vieren, de aarde nog niet helemaal rond is. Die moet nog bijna 6 uur! En dat kunnen wij niet hebben, want dan kan de champagne pas ploppen om 11 voor 6 ’s ochtends, en tegen die tijd ligt iedereen al te slapen.
We laten die uurtjes lekker zitten, maar hierdoor loopt na 4 jaar onze tijd al bijna een dag voor op de zon. En wat doen we dan? We voegen een extra dag in, zodat de zon tijd heeft om ons een beetje in te halen. Deze schrikkeldag werd in 45 voor Christus ingevoerd door Julius Caesar, en die plakte hem vast aan de laatste (en kortste) maand van het Romeinse jaar: februari. Een eind aan het geharrewar? Bel Caesar maar!
Maar met elke 4 jaar een schrikkeldag, lopen we nog niet helemaal op schema. Daarom zijn eeuwjaren geen schrikkeljaren, tenzij ze deelbaar zijn door 400 natuurlijk. En dan nog is ons jaar gemiddeld iets te lang. Dus als je met oud & nieuw de kurken precies 27 seconden voor middernacht laat knallen, dan ben je eigenlijk heel astronomisch bezig.