‘Bootvluchtelingen’: rond 1980 een nieuw woord. Het waren Zuid-Vietnamezen, in hun bestaan bedreigd nadat hun land was ingenomen door het communistische noorden van het land.
De oorlog was in ’75, april ’75 was de val van Saigon. Dus heeft het communistische regime het hele land overgenomen, bezet gehouden. En mijn ouders waren al eerder gevlucht uit het noorden naar zuiden, want ze willen in vrijheid kunnen leven. Mijn ouders hebben 10 kinderen, ik ben de 9e van 10. Het jongste meisje. Ik was 9, dus ik heb niet heel veel van de oorlog meegekregen, behalve dat wij gingen onderduiken. Want mij broer had meegevochten met het Zuid-Vietnamese leger en die zijn de vijand van de communisten. Die worden allemaal opgepakt. Die worden allemaal zomaar opgepakt en naar een heropvoedingskamp gestuurd, want ze moeten heropgevoed worden.
Mijn ouders die willen hun kinderen in veiligheid brengen, want het was niet meer veilig in die periode voor ons.
En op één nacht werd ik wakker gemaakt door mijn zus, die zei: “wakker worden, we moeten gaan”. Ik dacht: ‘oké’. Ik deed gewoon wat van mij gevraagd werd. Mijn ouders zijn gebleven in Vietnam.
We kwamen op de boot, iedereen in stromen naar de boot (of: iedereen stroomde naar de boot). Mi jn zus, haar man en twee kleine kinderen. Eentje van vier en een baby van 3 weken oud. Mijn zus, haar gezin en ik zaten in het middendek. We zaten echt verpakt naast elkaar zo, er is geen ruimte om je heen. Dus je kan alleen maar zitten. En dat is helemaal vol, iedereen naast mekaar. Ja, als verpakte sardientjes.
Na één week kwam een heel groot schip langs en die wilde alleen maar eten aan ons geven. Ik kan me ook herinneren dat toen ze al het eten uit het mandje hebben gehaald, een vrouw in het mandje hebben gezet. Want de bedoeling is dat wij opgepikt willen worden. We willen geen eten, maar opgepikt worden. Dus die vrouw werd in het mandje gezet, maar het mandje ging niet omhoog. Toen hebben ze het losgelaten en zijn ze weg gevaren.
Ik had wacht op de brug en we hebben verrekijkers op de brug. Dus ik pakte de verrekijker en zag een vreemd bootje, geen vissers in de buurt en ik zag mensen er bovenop zitten. En dat is ook geen normale situatie, dat ze op het dak van een bootje zitten.
Dit was het bootje van de vluchtelingen. Toen bleek dus dat er onderdeks nog veel mensen waren. Met hun laatste krachten kropen ze nog naar mijn collega’s en als ze eenmaal beetgepakt werden, dan waren ze helemaal verzwakt en gaven ze zich over aan ons. Daar, dat ben ik. Daar ben ik een jongetje van boord aan het dragen.
Nou, dankzij hen zit ik hier nog. Nou, jeetje. Ja.