Hier, 40 meter onder de waterspiegel, ligt een uniek stukje Nederlandse geschiedenis: een wrak uit de zeventiende eeuw. En hij gaat hem nu opduiken. Verborgen onder water in het Oost-Voornse meer bij Rotterdam ligt een bijzonder wrak. Het is erfgoed van de Nederlandse maritieme geschiedenis en het wrak kan ons veel vertellen over de scheepsbouw in de tijd waarin ons land een maritieme wereldmacht was. Martijn Manders doet voor de Rijksdienst voor cultureel erfgoed onderzoek op alle plekken in de wereld waar Nederlandse schepen kwamen. Overal liggen resten van het Nederlandse handelsimperium. In totaal claimt Nederland 400 scheepswrakken als eigendom, van de Zuid-Chinese Zee tot het Oost-Voornse meer kun je onder water de geschiedenis aanraken. Die schepen, 20-25 man aan boord, lichtgebouwd, het mocht allemaal niks kosten, want dan kon je de grootste winsten krijgen. En die schepen gingen helemaal naar Indië toe, waren maanden van huis. Dat schip werd aangepast door de paalworm, houtworm, dan kwamen ze thuis en net voor de haven zinkt dat schip. Hier heb je een mooie oude kaart van rond 1600. Dit is de kust, we hebben het noorden, schepen kwamen aan, zo die Maas in, Schiedam en Rotterdam. Hier zitten we. Bij die zandbanken. Daar vergingen nog wel eens wat schepen. In de 17e eeuw werden schepen op het oog gebouwd. Er zijn dus weinig tekeningen waar je kunt zien hoe de schepen in elkaar zaten. Dat maakt een wrak als dit heel waardevol. Wat een gevoel he Hoe zullen die zeelui zich gevoeld hebben aan boord van zo’n schip. Wij proberen door die archeologie over die schepen die op de zeebodem liggen informatie te verzamelen over dat verleden en samen bouwen we dat verhaal van de 17e eeuw op en proberen we te begrijpen. Hier met die wind in je haar is toch wel het allerleukste. Het is een geweldig gevoel en dan ook nog met al die lui die aan het werk zijn om het schip varende te houden. En dan zo als een admiraal toe te kijken. Fantastisch.