Een mens heeft 2 nieren, maar één nier is voldoende om je bloed goed te zuiveren. Een nierpatiënt heeft dus genoeg aan 1 donornier. De nieuwe nier wordt onder in de buik geplaatst en verbonden met de blaas.
Maar niet iedere donornier is ‘geschikt’. Je afweersysteem spoort namelijk alles op wat niet in het lichaam thuis hoort, zoals ziekteverwekkers, en maakt ze onschadelijk.
Een getransplanteerde nier wordt ook als lichaamsvreemd beschouwd, en daarom aangevallen door je eigen afweersysteem. Dat is ook zo bij een nier van een familielid.
Om te voorkomen dat de donornier wordt afgestoten, moet iemand die een nieuwe nier heeft gekregen medicijnen slikken die de natuurlijke afweer gedeeltelijk onderdrukken.
Zo kan een donororgaan jarenlang in het nieuwe lichaam zijn werk doen.