Het woord homofilie komt van het Grieks. Het betekent: Liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht. Homofilie en homoseksualiteit bestaan al zo lang de mens bestaat.
Ongeveer 5 tot 10 procent van de bevolking is homoseksueel of lesbisch. Maar dit getal is niet helemaal zeker, omdat niet iedereen er open over durft te zijn.
In ons land kunnen homo's en lesbiennes met elkaar trouwen, net als in een aantal andere Europese landen en Canada, Argentinië en Zuid-Afrika. En dat is best bijzonder, want lang niet overal is het zo geaccepteerd.
In een heleboel landen kun je een gevangenisstraf krijgen als je homoseksueel bent. En in sommige landen zoals Sudan en Iran kun je zelfs de doodstraf krijgen.
Homoseksualiteit wordt in veel culturen afgekeurd omdat het volgens sommige geloven een zonde zou zijn. Veel mannen en vrouwen zijn daar in het geheim homoseksueel. Ze durven niet uit de kast te komen. Soms weet zelfs hun familie er niks vanaf, omdat ze anders worden buitengesloten.
In de 19e eeuw was homoseksualiteit ook in Nederland nog strafbaar. Later kwamen onderzoekers erachter dat het iets is waar je mee geboren wordt en niet voor kiest. Daardoor werd homoseksualiteit niet meer als zonde gezien. En in Nederland werden de straffen afgeschaft. Toch bleven veel mensen homoseksualiteit als ziekte zien.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het helemaal mis. Nazi-Duitsers brachten- behalve joden - ook veel homo's naar strafkampen. Zij kregen daar een roze driehoek op hun uniform genaaid. Later werd die roze driehoek juist een symbool van verzet.
Rond 1970 kwamen veel homo's en lesbiennes in actie. Ze zorgden ervoor dat homoseksualiteit niet meer als ziekte werd gezien.
Er werden activiteiten en feesten georganiseerd om vooroordelen over homo's te doorbreken.
"We willen onszelf kunnen zijn, zonder dat iemand ons lastig valt."
Een van de bekendste feesten is de Gay Pride, dat nog elk jaar in Amsterdam gevierd wordt. De symbolen daar zijn nog steeds de roze driehoek en de regenboogvlag.