Dit eten we in Nederland zo'n 350 miljoen keer per jaar. Het zit namelijk in een kroket. Iedere week worden er bij deze ambachtelijke krokettenmaker in Utrecht 200.000 kroketten en bitterballen gemaakt. Het vakmanschap van het kroketten maken zit hem in het belangrijkste ingrediënt: de bouillon. Je kan nep bouillon maken van bouillonblokjes of poeder, maar hier maken ze echte bouillon van heel mooi mager rundvlees. Het gaat de hele nacht in een enorme pan met water en kruiden. Dat vlees wordt er dan weer uitgehaald en wat je overhoudt is een heerlijke, bruine bouillon. Als de bouillon klaar is, wordt er een roux gemaakt. Dat is heel simpel. Er wordt boter gesmolten, er wordt een uitje in gebakken, dan gaat er een beetje bloem bij en dan krijg je een hele dikke pap: de roux. Je kan dunne bouillon aan de dikke roux toevoegen terwijl hij toch dik blijft. De roux bindt namelijk de vloeistof. Als je nou die roux en bouillon hebt samengevoegd, dan heb je een ragout. Zo komt die rundvlees nou uit de bouillon. Het wordt in draadjes getrokken en in blokjes gesneden en het gaat dan zo terug in de ragout. Dit is ragout voor 6000 kroketten. Hij is nu nog te zacht om kroketten van te maken, daarom moet hij eerst opstijven. Dat gebeurt vanzelf als hij afkoelt. Deze ragout is helemaal stijf, klaar voor de kroketten. Van de ragout worden balletjes gemaakt, die worden gepaneerd en gewalst tot kroketjes. Dan krijgen ze een douche van eiwit, dat is nodig om het tweede laagje paneermeel goed te laten plakken. Daar worden die kroketjes lekker knapperig van. Ze worden even afgeblazen en klaar is de kroket. Nou is het leuke van zo'n kroket dat je eindeloos kan variëren met de inhoud. Je kan het allemaal zelf bedenken. Je kan er bijvoorbeeld garnalenragout in stoppen, groente ragout of wat dacht je van een satékroket? Gewoon lekker frituren. Nou dacht ik zelf aan een tropische kroket met banaan en mango. Is lekker toch?