Een malariamug vol met ziekmakende parasieten steekt een mens. Bij het steken komen die parasietjes in de bloedbaan. Dat kan oplopen tot 50.000 per steek. Die parasieten gaan via de bloedbaan op weg naar de lever. Daar verstoppen ze zich in levercellen. Ze vermenigvuldigen zich. Na een paar dagen komen ze weer terug in de bloedbaan. Ze dringen nu de rode bloedcellen binnen. Verstoppen zich voor de tweede keer en vermeerderen zich spectaculair. Na een paar dagen barsten die rode bloedcellen open. De parasieten komen massaal in de bloedbaan terecht. Dat is het moment dat je ziek wordt. Er komt een nieuwe malariamug, steekt, zuigt de parasiet op, gaat naar een volgend slachtoffer en een volgend en een volgend en een volgend…