Zand wordt gemaakt van stenen. In de bergen zoals de Alpen liggen dikke pakketten steen op elkaar gestapeld en dat gesteente lijkt heel sterk, en dat is het ook. Voordat zo'n stuk rots als zand op een strand ligt zijn we miljoenen jaren verder. Daar kunnen we nu niet op gaan wachten dus we gaan de natuur een handje helpen. Het uiteen vallen van gesteente in kleine stukjes noem je verwering. Verwering kan op verschillende soorten manieren en het hangt ook af van het soort gesteente. Manier nummer 1. Allereerst is er kou. Het kan in de bergen echt heel hard vriezen. Als water bevriest wordt het ijs. Nou zitten er in gesteente hele kleine gaatje en scheurtjes. Ik heb hier een heel dun plakje van dit stuk steen. Wanneer ik dit onder de microscoop zou bekijken dan ziet het er zo uit. Die donkere plekken zijn de gaatjes en scheurtjes. Daar kan water in gaan zitten en als het vriest, bevriest dat water dus ook. Nou en zou je zeggen maar het is zo dat als water bevriest het zet uit. Proef op de som. Ik heb hier een fles gevuld met water, dop erop dus het is afgesloten en die gaat de vriezer in. De bodem van de fles is er gewoon uitgeknapt. Kijk nou, die fles is gebarsten. Water zet uit en drukt die fles uit elkaar. Dat gebeurt ook als er water in die gaatjes van de steen zit. Het water bevriest en drukt de steen uit elkaar. Manier nummer 2. Dit is de Matterhorn. Deze berg reikt tot 4500 meter hoogte. Dat is bijna 5 km. Hartstikke hoog. Je kan je voorstellen dat als daar een steen vanaf valt, dat hij onderweg naar beneden in een aantal stukken breekt. Let op. Manier nummer 3. Wanneer de steen lager in het dal terecht komt is hij nog niet veilig want daar leven namelijk bomen en planten en die breken met hun wortels de stenen. Bovendien leeft tussen die wortels schimmels en bacteriën die de grond een beetje zuur maken. Daar kunnen stenen ook niet zo goed tegen. Daar gaan we ook niet op wachten. We gaan het proces een beetje versnellen met zoutzuur en het zuur lost de lijm die de steen bij elkaar houdt op zodat de steen uit elkaar valt. Zandkorreltjes. Manier nummer 4. Dan blijven er een heleboel kleine stukjes steen en zand over. Die worden door de rivier meegenomen. De Rijn bijvoorbeeld is 1300 km lang. Door de stroming botsen stukjes steen en zand alsmaar tegen elkaar op waardoor ze nog kleiner worden. Onderweg verliest de rivier al heel veel zand en grind en dat zand wat overblijft komt in de zee terecht. De golven en stroming zorgen er uiteindelijk voor dat het een strand wordt. Dus Tarijn, als je weer eens lekker op het strand met zand aan het spelen bent, bedenk dan dat het zand een hele lange weg heeft afgelegd voordat het uiteindelijk daar terecht is gekomen.