In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog was ons land nog een koloniale macht. Behalve de Antillen waren ook Suriname en Indonesië in Nederlandse handen. Het was al 350 jaar onze kolonie in het Verre Oosten. En daar waren we maar wat trots op, want dankzij ons Indië voelde Nederland zich een wereldmacht. Ons Indië ja, het is een heel gebruikelijke term om de voormalige kolonie Nederlands-Indië aan te duiden. Wat we nu het huidige Indonesië noemen en het zegt mij iets over de nabijheid waarmee eigenlijk voor Nederland Indonesië of Nederlands Indië destijds was. Het was helemaal niet ver weg. Het was ook niet het per se Verre Oosten, want iedereen had wel een familielid die daar woonde en naartoe was verhuisd en ook weer terug zou kunnen komen. En voor mij en ook voor anderen is natuurlijk ook een land waar onze ouders en grootouders vandaan komen. Er woonden zo'n 60 miljoen Indonesiërs en een kleine driehonderdduizend Nederlanders in een gebied dat vijftig keer groter was dan Nederland en uitgestrekter dan heel Europa. Daar lagen de plantages waar al eeuwenlang koffie, thee en specerijen werden verbouwd. Maar intussen exporteerde Nederlands-Indië ook aardolie, natuurrubber, en tin. Sinds het 17de eeuw is Nederlands-Indië gewoon ontzettend belangrijk voor de Nederlandse economie en ze werden rijk van en ze zagen dan eigenlijk dat het bijna ondenkbaar was dat Nederland echt succesvol zou kunnen zijn zonder Indië. Er werd dan ook gezegd: 'Indië verloren, rampspoed geboren'. Niet dat we altijd wilden blijven vasthouden aan onze kolonie. Nee, het was de bedoeling dat Nederlands-Indië zelfstandig zou worden. Maar voordat het zover was wilde Nederland eerst nog spoorwegen aanleggen en er moesten scholen en ziekenhuizen worden gebouwd. Nederland zag zichzelf namelijk als goede kolonisator die het beste voor had met de kolonie en z'n bevolking. Onder leiding van de Nederlandse gouverneur moesten de Indonesiërs opgevoed worden tot een beschaafd volk dat op eigen benen kon staan. En dat duurde volgens Nederlandse schattingen nog wel een jaar of twee-, driehonderd.
De gedachte in het koloniale bestuur was Indonesië is nog niet rijp voor zelfbestuur. Ze zijn er nog niet aan toe. We moeten ze inderdaad begeleiden naar hun onafhankelijkheid, omdat ze het gewoon nog niet kunnen.
Nederland is in oorlog en elfduizend kilometer verderop werd Nederlands-Indië bezet door een land dat minstens zo agressief was als Hitler-Duitsland. Japan. Dat had in 1942 onze kolonie veroverd om de oliebronnen en rubberplantages in handen te krijgen. Daarna was ieder contact verbroken en wist niemand meer wat er in Nederlands-Indië gebeurde. Nederland gaat ervan uit dat zijn Indonesische onderdanen wel zullen hunkeren naar de bevrijding en de terugkeer naar het koloniale gezag. Dus worden er vrijwilligers opgeroepen die Nederlands Indië moeten gaan bevrijden. Vooral verzetslieden meldden zich daarvoor aan. In hun ogen is de strijd in Nederlands Indië hetzelfde als in Europa. Maar ditmaal spelen zij de rol van geallieerde. Ze gaan dan ook op weg om het Japanse fascisme te verslaan en het arme Indonesische volk te bevrijden. Maar voordat ze in actie kunnen komen, maken twee atoombommen op Japan een einde aan de Tweede Wereldoorlog. De kolonie had zwaar geleden onder de Japanse bezetting en de bevolking was grotendeels passief gebleven. Behalve tienduizenden jongeren. Die hadden zich voor de oorlog ook al verzet tegen het koloniale bewind. Zij lieten zich door niemand meer onderdrukken. Dus toen in 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië werd uitgeroepen, keerden deze jonge vrijheidsstrijders zich dan ook tegen de Nederlanders. De oorlogsvrijwilligers kregen toch nog waar ze voor kwamen: een uiterst gewelddadige voortzetting van de Tweede Wereldoorlog. Beide partijen pleegden oorlogsmisdaden, want net als tijdens de Tweede Wereldoorlog was alles toegestaan voor de goede zaak. De Indonesiërs wilden niet opnieuw door Nederland gekoloniseerd worden en vochten voor de onafhankelijkheid van hun land. Nederland streed vanuit het vooroorlogse ideaal van de goede vader, die een kolonie pas loslaat als ze op eigen benen kunnen staan. En dat was een misvatting. Wat je ziet is dat militairen die in Indonesië waren ingezet om te vechten tegen de Indonesische bevolking ook wel zagen dat ze daarin regelmatig over de schreef zijn gegaan en in dagboeken van militairen, Nederlandse militairen, lees je dan ook: 'wij zijn niet beter dan de SS'ers' en dat was natuurlijk ontzettend pijnlijke constatering. Dat ze hoopten om daar misschien beter te kunnen doen, maar uiteindelijk ook moesten toegeven, dat ze daarin niet verschilden van de Duitse bezetter.