De arbeiders die in de fabrieken werken hadden het zwaar. Ze werken wel 14 uur per dag. Ook op zaterdag.De fabriekshallen zijn donker en de lucht is er ongezond. Dikke wolken stof dwarrelen om hun hoofden. En dan hebben we het nog niet eens over al het lawaai in de fabriek.En dat allemaal voor een heel mager loontje. Lang niet genoeg om een gezin van te kunnen onderhouden. Daarom moeten ook de vrouwen van de arbeiders werken. En zelfs kinderen moeten werken in de fabriek, wel 12 uur per dag.Daar kijkt niemand van op. Naar school gaan. Daar is geen tijd voor.Het werk in de fabriek is niet erg veilig. Er gebeuren veel ongelukken bij de grote bewegende machines. En als je ziek wordt of invalide. Dan heb je pech. Geen werk, geen geld.De arbeiders gingen dicht bij hun werk wonen. Ze hadden geen fiets en auto’s bestonden er in die tijd nog niet. En zo ontstonden er dus in de buurt van de fabrieken dit soort arbeiderswijken met kleine eenvoudige huisjes die dicht op elkaar stonden onder de rook van de fabrieksschoorsteen.De huisjes hadden vaak maar één kamer. Daar moest het hele gezin leven. Hier, in deze ruimte, werd dus gekookt, gegeten en geslapen. Riolering had je nog niet en afval werd niet zoals nu één keer per week door de vuilniswagen opgehaald. Nee, dat gooide je gewoon zo hup op straat. Maar daar kwamen dan wel weer ratten, muizen en andere ongedierte op af. In die verspreidden ziektes onder de arbeidersgezinnen. Bovendien aten de mensen ook niet goed in die tijd. Gezond en gevarieerd eten was te duur dus de meeste mensen werden niet echt oud.Maar… niet iedereen had het zo slecht in die tijd. De bazen van de fabriek woonden in grote huizen met bedienden. Ze zorgen goed voor zichzelf. Zij willen zo veel mogelijk geld verdienen. Zij hebben het goed. En toch geven ze de arbeiders maar weinig loon.Die durven niet te klagen. Als je wordt ontslagen heb je helemaal niets. Dan is er geen eten op tafel.Maar samen sta je wel sterk. De arbeiders beginnen te morren. Als ze samen in opstand komen dan moet de fabrieksbaas wel luisteren. Ze verenigen zich in vakbonden. De vakbonden komen op voor betere werkomstandigheden, een hoger salaris en een werkdag van hooguit 8 uur.Ook sommige mensen uit de politiek trekken zich het lot van de arbeiders aan. Ze horen de verhalen over het zware werk.De regering stelt een onderzoek in.Nu staat vast hoe slecht de arbeiders het hebben.Er worden wetten gemaakt die het leven van de arbeiders moeten verbeteren. Zo mogen kinderen onder de twaalf jaar niet langer in de fabrieken werken. Ze moeten naar school.Maar daar blijft het niet bij. Er komen ook afspraken over wat de arbeiders minimaal moeten verdienen. En hoe lang ze maximaal mogen werken.