De belangstelling voor ons slavernijverleden neemt toe. Steeds meer mensen doen bijvoorbeeld onderzoek naar het slavernijverleden van hun familie. En als je afstamt van een plantage-eigenaar, heb je toegang tot kilometers aan archief. Dat is iets waar nazaten van tot slaaf gemaakte mensen enkel van kunnen dromen. Want hun perspectief, hun stem, is namelijk nauwelijks in de geschiedenis terug te vinden. Hoe kan het dat er zo weinig informatie over deze mensen te vinden is? De tot slaaf gemaakte mensen worden in tijden van slavernij niet gezien als mensen, maar als objecten. Ze hebben vaak geen geregistreerde voor- en achternaam, waardoor het moeilijk is ze terug te vinden in archieven. Daarnaast bestaat het leven van de tot slaaf gemaakte mensen vooral uit gedwongen arbeid op de plantages. Ze mogen niet leren lezen en schrijven. Daardoor kunnen ze hun eigen ervaringen nauwelijks op schrift achterlaten. En daarom zijn er nu zo weinig bronnen. Inventarislijsten van plantagehouders zijn er wel te vinden. Dit zijn lijsten met bezittingen en onder die bezittingen staan ook de aantallen tot slaaf gemaakte mensen, zonder enige persoonlijke informatie. Pas na de afschaffing van de slavernij in 1863 krijgen de tot slaaf gemaakte mensen een familienaam. Vanaf dan is het mogelijk om de namen te documenteren. Kennis opdoen over ons slavernijverleden is belangrijk. Zo eren we de slachtoffers en raken we bewust van de gevolgen van slavernij. Want die gevolgen zijn nog steeds zichtbaar. Het koloniale verleden zit diepgeworteld in onze vooroordelen en hedendaags racisme. En dat is precies de reden waarom het zo belangrijk is om de ervaringen van deze mensen zichtbaar te maken. Zo geven we ze een stem, een stem die ze niet eerder hebben gehad.