Het is al eeuwenlang het best verkochte boek ter wereld. Een absolute bestseller. Er zijn honderden miljoenen van en het is een honderden talen vertaald. Het is dus niet gek dat het ook wel het Boek der Boeken wordt genoemd De Bijbel. De Bijbel is het heilige boek van de Christenen. Eigenlijk zijn het zestig boeken ineen en het bestaat uit twee delen. Het oude en het nieuwe testament. Voor veel christenen telt dit boek als het woord van god. Er staat van alles in. Allerlei verhalen, religieuze wetten, voorspellingen, liederen, leefregels, spreuken. Noem maar op. Iedereen heeft weleens gehoord van de Bijbel. En toch staat niet in alle bijbels precies hetzelfde. Binnen de christelijke godsdienst, zijn er verschillende richtingen. Katholieken, gereformeerden, doopsgezinden en nog veel meer. Bij allemaal zijn er verschillen in wat je moet leren van de Bijbel. De een is bijvoorbeeld veel strenger dan de ander. Ze hebben ook allemaal hun eigen bijbel en vertaling. Nou is er met eentje iets heel bijzonders aan de hand. Dit is de Statenbijbel. En het bijzondere aan deze bijbel is, dat die vanuit de allereerste teksten van zo'n tweeduizend jaar geleden rechtstreeks naar het Nederlands vertaald is, dus niet via Duits of Latijn. Het lijkt nu heel gewoon, maar dat is niet altijd zo geweest. Nou is dit natuurlijk een hele nieuwe versie, maar de eerste verscheen in 1637. Maar voordat het zover is, het is nog een hele klus. In de Statenbijbel staan uitdrukkingen, gezegden en spreuken die we vandaag de dag nog steeds gebruiken. Wat dacht je bijvoorbeeld van wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in of de inwendige mens versterken? Dat betekent wat eten of drinken. Proost! Hoe was de situatie rondt 1500 wat de bijbels betreft? Nou dankzij de boekdrukkunst werden de bijbels goedkoper, dus konden meer mensen er eentje aanschaffen. Toch waren het voornamelijk de geestelijken, dus de mensen van de kerk en rijke mensen die er een hadden. Bovendien werden de meeste bijbels in het Latijn geschreven. Dat is een oude taal, die voornamelijk werd gesproken door geleerden. Er was inmiddels wel een enkele bijbel in het Nederlands, maar dat was of het oude testament of een vertaling van een vertaling van een vertaling. Voor de gewone mensen zijn er eigenlijk geen bijbels in hun eigen taal. De mensen die het in de kerk op dat moment voor het zeggen hebben, vinden dat trouwens prima. Gewone mensen kunnen maar beter niet zelf de Bijbel gaan lezen, vinden ze. Vanaf de zestiende eeuw wordt het protestantisme min of meer de officiële godsdienst voor Nederland. Bovendien is de overheid ook wel een beetje klaar met de wildgroei aan bijbels en meningen over de Bijbel. Ze willen dat er één officiële bijbel komt in het Nederlands zodat iedere gelovige die zelf kan lezen. En ja, dan moet er wel een goede vertaling zijn in het Nederlands en die is er niet. Nog niet. In 1618 komen de belangrijkste nationale en internationale kerkleiders in Dordrecht bij elkaar voor een vergadering over dit onderwerp. Een vergadering die maar liefst een half jaar duurt. En na die zes maanden zijn ze eruit. Er zijn afspraken gemaakt over de vorm, de inhoud, de schrijfstijl, over diegenen die de Bijbel naar het Nederlands gaan vertalen. De kosten voor die vertaling worden vergoed door de Nederlandse overheid: de Staten-Generaal. Vandaar ook de naam 'Statenbijbel'. Belangrijke mensen uit allerlei delen van Nederland mogen er iets over zeggen. Het probleem is alleen dat er tot dan toe verschillende dialecten worden gesproken en er nog niet één manier van schrijven bestaat. Er ontstaat belangstelling voor taalregels en langzaamaan worden er afspraken gemaakt over spelling en taalgebruik. En de vertalers volgen zoveel mogelijk het Algemeen Beschaafd Nederlands van die tijd. Na bijna 20 jaren van vergaderen, werken, vertalen, nog eens een keer vergaderen, is de eerste Statenbijbel in 1637 eindelijk klaar. In korte tijd worden er heel veel van die Nederlandse Statenbijbels gedrukt en gelezen. De Bijbel is niet langer alleen maar voor de rijken of de geestelijken. Ook het gewone volk gaat massaal de Statenbijbel lezen. En zo draagt de bijbel-taal zijn steentje bij aan de ontwikkeling van het Nederlands. Dit is één van de eerste exemplaren van de Statenbijbel. Iets te groot en te zwaar om je binnenzak te stoppen. En zo klein kunnen ze tegenwoordig zijn. En nu vierhonderd jaar is er bijna niets van de tekst veranderd. Zelfs de spreekwoorden en gezegdes die erin staan, gebruiken nog steeds.