De VOC wordt het grootste handelsbedrijf ter wereld. Zo komt de export van nootmuskaat, foelie, kruidnagel en kaneel in Nederlandse handen. Maar dat is niet het enige waarin wordt gehandeld. Toen de Nederlandse schepen in Oost-Indië aankwamen, bestond er al eeuwenlang een levendige handel in slaven. Die kwamen niet alleen uit Afrika, maar uit heel Azië. De VOC ging daaraan meedoen en haalde slaven voor zijn houtzagerij, z'n mijnen en voor de tuinen. Dat waren plantages waar slaven in zware omstandigheden suiker, nootmuskaat of peper moesten verbouwen. Het was eigenlijk pas toen duidelijk werd dat je met dit nieuwe systeem van internationale handeldrijven, van nieuwe producten naar Europa halen, dat je des te meer winst kon maken als je slavernij gebruikte. Dus als je gebruik maakte van gratis arbeidskrachten. Slavernij betekent dat mensen tot slaaf gemaakt worden. Dat betekent dat ze onvrij zijn, maar ook verkoopbaar. De omvang van de Nederlandse slavenhandel in Oost-Indië is enorm, maar dat komt niet alleen door de VOC-bestuurders. Er wordt ook in slaven gehandeld door de bemanning van de schepen. De gezagvoerders en de officieren, de boekhouders en de chirurgijns, ja zelfs gewone stuurlieden en bootsmannen kopen en verkopen slaven. Slavernij werd gekoppeld aan hele nieuwe manieren van knechten. Je kunt iemand het beste knechten als je hem uit zijn sociale omgeving haalt en hem vervoert naar een ander deel van de wereld. En hem daar vermengt met allemaal andere mensen waar je de macht over hebt. Maar je neemt ze ook hun menselijkheid af. Want als je niet je eigen sociale netwerk om je heen hebt, kun je niet je cultuur beleven. Je kunt je religie niet beleven. Het zijn allemaal zaken waar mensen kracht uithalen. Die kracht hadden ze niet meer. Ze werden eigenlijk nog maar één ding en dat was een radertje in het koloniale productiesysteem. Alle wetgeving vond eigenlijk plaats op stedelijk niveau, dus ook wetgeving rond slavernij. Dat leidde ertoe dat er dat er eigenlijk heel veel ruimte bestond, er eigenlijk heel veel afwezigheid van wetgeving en handhaving, waardoor slavernij als praktijk dus wel degelijk voorkwam in de Republiek. En er werd alles aan gedaan om de overzeese slaven uit het zicht te houden. Maar toch staat ie daar. Tot slaaf gemaakten worden meegenomen uit Azië en uit Atlantisch gebied naar de Republiek. Denk aan VOC-kooplieden die terugkomen uit Azië met hun gezin. En dan tot slaaf gemaakte huis bedienden, mannen en vrouwen, meenemen naar de plek waar ze wonen. Tuurlijk waren er heel veel mensen nog steeds tegen die riepen 'weet je wel wat jullie aan het doen zijn? Het kan niet'. En er waren zelfs mensen van de VOC die riepen: slavernij moet je niet doen. Da's inhumaan. Maar uiteindelijk zijn die stemmen verstomd, een roepende in de woestijn. Want het grote geld lonkte.