Oke Jip, jij bent hem. Ja, en degene die jij tikt wordt dan de tikker. Is goed, ga maar. Haha. Ik ben lekker toch sneller. Pak me dan. Au! Wat was dat nou? Wat doe je? Ik liep ergens tegenaan. Oh! Hoe komt die bus nou hier? Een bus? Ja, kijk! Zo te zien ligt ie er al een tijdje.
Dag Jip. Dag Pip. Dag Flip. Wat staat er op je shirt? B. u. s. Als je dat plakt, krijg je bbbuuuusssss. Bus. De u is de tweede letter. Als je goed om je heen kijkt, zie je de u. In deze magneet bijvoorbeeld. Deze tafels staan in een u-vorm. En wat dacht je van een boterham? Moet je hem wel even draaien. De u.
Tssss. Zo, waar wilt u heen meneer? Eh, naar de waterval. Dat is dan 3 euro 60. Alstublieft. Dankjewel. He, schuif eens op. Huh? Waarom moet je nou hier zitten? Doe niet zo flauw. Nee, jij doet flauw, er is nog plek zat in de bus. Maar ik wil hier zitten. Maar ik ga niet opzij. Bus.