Er zijn verschillende soorten van kindermishandeling.
Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat je geslagen wordt.
Of dat je dingen moet doen die met seks te maken hebben.
Maar het kan ook dat je helemaal geen aandacht krijgt.
Eén keer een tikje is geen kindermishandeling.
Eén keer 's ochtends geen ontbijt is geen verwaarlozing.
Het gaat erom als het heel vaak voorkomt.
Dus dagelijks of wekelijks.
Dat je geslagen wordt of dat er geen verzorging voor je is.
Dan spreken we over kindermishandeling.
Veel kinderen die het overkomt, vertellen het aan niemand.
Want zij schamen zich ervoor en denken dat ze hun vader of moeder verraden als ze hulp zoeken.
Kinderen voelen dat zo, maar het belangrijkste wat wij kunnen zeggen:
Realiseer je dat je je vader en moeder helpt omdat jij het gaat melden.
Want ze willen je niet mishandelen, maar zitten in een situatie waarin ze niet meer anders kunnen en hebben hard hulp nodig.
Zoals jij ook hulp nodig hebt.
Jeroen en Sander zijn 26.
Het gaat nu goed met ze.
Dat was vroeger wel anders.
Doordat hun ouders gescheiden zijn woonden ze soms mijn vader, soms bij hun moeder.
Bij beiden werden ze mishandeld.
Hoe werd je mishandeld bij je vader?
Echt fysiek.
Klappen en schoppen.
Ik weet nog dat mijn broer in de badkamer was en dat hij aan zijn haren getrokken werd en tegen de badkamermuur geslagen werd.
Soms gebeurde het maanden niet.
Andere keren juist vlak achter elkaar.
In die tijd mishandelde hij ons ook vaak.
Afranselingen.
Dat hij ons achterna zat.
Boven op je zitten en met de vuist in je gezicht slaan.
Ik had mij in de badkamer opgesloten omdat ik bang was dat hij ons zou vermoorden.
Bij mijn moeder kregen we ermee te maken dat er te weinig geld was.
Er was geen geld voor schone kleren.
Op school moest ik op zoek gaan onder de automaten naar geld om eten te kopen.
We waren blij als we een pakje koekjes vonden.
Rekeningen werden niet betaald en het water werd afgesloten.
We konden niet meer douchen.
Dat is echt verwaarlozing.
Ik kon mijn vader en moeder niet meer vertrouwen.
Ik voelde me heel alleen.
Ik denk al heel snel nu dat iemand mij aan het bedonderen is.
Dat is heel vervelend.
Hoe ben je dan als kind?
Het is echt overleven.
Het is elke dag weer hopen...
Je luistert heel emotionele muziek.
En je bent altijd verdrietig.
Ze voelden zich alleen en hadden het zwaar.
Toch kwamen ze eruit.
Hoe ben je er bovenop gekomen?
Door mensen om me heen.
Mijn oom die mij helpt.
Mensen van school.
Vrienden.
Ik heb geleerd om te praten.
Als mensen praten en je situatie kennen dan willen ze er voor je zijn.
En door erover te praten, zoals op deze school, hopen ze met hun verhaal echt iets te veranderen.
Ik vond het heftig wat ze mee hebben gemaakt.
Ik vind het wel zielig.
Het is zielig dat iemand zoiets moet meemaken.
Qua uiterlijk lijkt het alsof zijn goede jeugd hebben gehad.
Maar innerlijk is dat niet zo.
Ik hoop gewoon dat kinderen erover gaan praten.
Met elkaar.
Als ze het vermoeden hebben dat het bij iemand gebeurt.
En dat kinderen bij wie het gebeurt dat die het idee hebben: ze horen ons.
Ze zien ons.
Dat die het dan ook willen vertellen.
Zodat het beter wordt.