Kijk daar. Een ooievaar.
Het is lente en hij komt helemaal uit Afrika hier naartoe gevlogen.
Want hier wil hij zijn kinderen op de wereld zetten. Samen met…
Mevrouw ooievaar. Die is hier ook al aangekomen.
Ze hebben elkaar een half jaar niet gezien. Want vader en moeder ooievaar hebben allebei op een andere plek in Afrika de winter doorgebracht. Maar nu zijn ze weer bij elkaar.
Eerst maar eens wat eten. Na zo’n lange reis smaken de wormen heerlijk.
Ooievaars komen elk jaar weer terug naar hetzelfde nest.
De paringsdans van de ooievaar is heel bijzonder.
Ze voeren een soort ballet uit en klepperen daarbij met hun snavel. De vader springt bovenop de moeder om haar eieren te bevruchten. Ondertussen kroelt hij lekker met zijn snavel door haar veren.
Samen maken ze het nest nog wat mooier. Een ooievaarsnest bestaat uit verschillende lagen. Het kan wel een paar honderd kilo zwaar worden.
Zo’n nest heeft natuurlijk geen wc. Maar dat is geen probleem. Vader weet precies waar hij zijn rommel moet laten. Precies, naast het nest.
Tijd om eieren te leggen. Moeder ooievaar legt meestal drie tot vijf eieren die ze verbergt in het diepe nest. Ze houdt ze warm met haar eigen lichaam terwijl vader eten aan het zoeken is in het veld. Wormen, grote insecten, jonge vogels, hagedissen en knaagdieren. Veel mensen denken dat ze vooral kikkers eten, maar dat gebeurt maar heel af en toe.
Als vader z’n buik vol heeft, komt hij terug naar het nest en mag moeder gaan eten. Dan houdt vader de eieren warm.
Na 33 dagen komen de eieren uit. De jonkies blijven dan nog twee maanden in het nest voordat ze groot genoeg zijn om uit te vliegen. En al die tijd zijn vader en moeder druk met het zoeken naar voedsel voor hun jongen.
Als ze nog klein zijn krijgen de jongen vooral insecten te eten. En af en toe, als het warm is, krijgen ze een lekkere douche van hun moeder. Een ooievaarsnest heeft geen dak, dus als de zon schijnt is er ook geen schaduw. En als het regent, tja…. Dan word je nat…
Het klepperen hebben de jonge ooievaars al snel onder de knie. Moeder doet het af en toe even voor. En ze weten ook al snel waar ze hun poepjes moeten laten.
Als de jongen groter worden, krijgen ze ook grotere insecten en andere dingen te eten. Het eten wordt niet in hun snaveltjes gestopt, maar gewoon in het nest gegooid. Dat doet de ooievaar expres, want zo moeten de jongen hun best doen om hun eten te bemachtigen en blijven alleen de sterkste jongen in leven.
Ze groeien snel en na een tijdje zijn de jongen net zo groot als hun vader en moeder. Ze hebben alleen nog grijze poten en snavels. De jongen hebben steeds meer voedsel nodig en vader en moeder hebben het erg druk. Het nest raakt overvol. Vader laat zien hoe makkelijk vliegen is.
Toch nog maar even wachten tot de regen voorbij is, denken de jongen. Zullen ze het nog gaan doen?
Ja, gelukkig. De jongen vliegen uit. Nu kunnen ze, net als hun ouders, op weg naar Afrika.
Tot volgend jaar!