In 1945 komt er een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Het Duitsland van Hitler wordt verslagen. De hoofdstad Berlijn wordt ingenomen. De overwinnaars, de geallieerden, besluiten dat Duitsland wordt verdeeld in vier bezettingszones. Amerika, Frankrijk en Engeland bezetten het westelijk deel, de Sovjets het oostelijk deel. Berlijn ligt midden in de Sovjetzone. Omdat hier Hitlers regering zat, wordt dat ook verdeeld onder de geallieerden. De Sovjets voeren het communisme in. De regering heeft hier alle macht. Ze bezit de fabrieken en grond en bepaalt waar mensen moeten werken. Kritiek wordt steng gestraft. In de westelijke zones zijn bedrijven in handen van ondernemers. Bedrijven proberen zoveel mogelijk winst te maken. Mensen bepalen zelf waar ze gaan werken en hoe ze hun geld uitgeven. Dit systeem wordt het kapitalisme genoemd. Beide landen vinden dat hun systeem het beste is. De kapitalistische landen zijn bang dat de Sovjetunie het communisme overal in Europa wil invoeren. De Sovjhetunie is bang dat ze wordt aangevallen door de kapitalistische landen. En zo ontstaan twee machtsblokken: een kapitalistisch Westblok en een communistisch Oostblok.
Tussen het westen en oosten van Europa worden grenzen opgetrokken. Maar geen gewone grens. Een van prikkeldraad, mijnenvelden en wachttorens. Het ijzeren gordijn. Het is nu bijna onmogelijk om van het oosten naar het westen te reizen of andersom. Het kapitalistische West-Berlijn ligt als een eiland in de communistische zone. Stalin wil dat dit zo snel mogelijk in handen komt van de Sovjetunie. Daarom blokkeert hij alle wegen en rivieren die van West-Duitsland naar West-Berlijn lopen. De inwoners komen zonder voedsel en brandstof te zitten. Elektriciteit wordt afgesloten. De Sovjetunie hoopt dat het westen West-Berlijn zal opgeven. Maar de Amerikanen, Engelsen en Fransen zijn vastbesloten in West-Berlijn te blijven.
Het Westen wil geen oorlog met de Sovjetunie maar laat de West-Berlijners niet in de steek. Ze besluiten vliegtuigen in te zetten, een luchtbrug. Elke drie minuten landt en vertrekt er zo’n vliegtuig met brandstof en voedsel hier in West-Berlijn.
Bijna een jaar lang duurt de blokkade door de Sovjets. Maar dan ziet hun leider Stalin in dat het zinloos is. Hij heft de blokkade op. In Berlijn kun je weer alles krijgen wat je nodig hebt.
De spanning rond Berlijn is dan wel gezakt maar het wantrouwen tussen de grootmachten blijft. Om sterker te staan tegen hun vijand spreken de westerse landen af dat als een van hen wordt aangevallen de anderen zullen helpen. De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie NAVO wordt opgericht. De Sovjetunie en andere Oostbloklanden doen hetzelfde en verenigen zich in het Warschaupact. Intussen vinden Amerika, Engeland en Frankrijk dat het tijd is om hun macht over te dragen. De West-Duitsers richten in 1949 een eigen staat op. De Bondsrepubliek Duitsland, met als hoofdstad Bonn. En met een gekozen regeringsleider, Conrad Adenhauer. In hetzelfde jaar wordt het oostelijk deel van Duitsland ook een staat, de DDR. Hier krijgt alleen de communistische partij het voor het zeggen, en die luistert goed naar de Sovjetunie. De DDR heeft als hoofdstad Oost-Berlijn. West-Berlijn blijft onder toezicht van de geallieerden. De verschillen tussen de twee Duitslanden nemen steeds meer toe. West-Duitsland en dus ook West-Berlijn krijgt hulp van de Amerikanen. Razendsnel wordt het land weer opgebouwd. Stalin heeft deze hulp verboden. Oost-Duitsland en Oost-Berlijn blijven in hun ontwikkeling achter. Dat leidt tot protesten onder de bevolking maar die worden keihard neerslagen met behulp van Sovjet-tanks.
Al die tijd mogen de Berlijners overal komen. West-Berlijn is voor de Oost-=Duitsers zo aantrekkelijk dat die massaal verhuizen. IN 10 jaar tijd verlaten bijna drie miljoen mensen de DDR. De meeste van hen zijn hoogopgeleid. De communistische leiders zijn bang dat het zonder die mensen slecht gaat in de DDR. Om de uittocht te stoppen sluiten Oost-Duitse soldaten in 1961 onverwacht alle wegen af. Ze bouwen een muur om West-Berlijn heen. Vanaf nu kan niemand meer van Oost naar West reizen.
50.000 Oost-Berlijners die in West-Berlijn werken raken hun baan kwijt. Familieleden en vrienden raken door de muur gescheiden en kunnen elkaar niet meer ontmoeten. De muur wordt zwaar bewaakt. Iedereen die van Oost naar West probeert te vluchten, wordt neergeschoten. Maar mensen proberen het toch. Zeker zolang de muur nog niet overal staat. Zelfs bewakers die moeten voorkomen dat anderen vluchten, ontsnappen naar West-Berlijn. Als de muur is afgebouwd wordt het een stuk moeilijker Oost-Berlijn te verlaten. Maar sommigen laten zich niet weerhouden. Ze verstoppen zich in uitgeholde surfplanken of wagen de vlucht met een zelfgemaakt vliegtuigje. Of verbergen zich in auto’s om ongezien via een van de doorlaatposten de grens over te steken. Zoals bij deze auto. Hier hebben ze zelfs een zitting uitgehold om zich in te verstoppen. Deze vluchtpoging, die is gelukt. Maar dat lukte natuurlijk niet altijd. Zo’n 135 mensen zijn tijdens hun vluchtpoging gedood. De Westerse landen protesteren tegen de muur mar daar blijft het bij. De leiders willen koste wat kost een oorlog voorkomen. Om er zeker van te zijn dat de een niet sterker zal zijn dan de ander maken Amerika en de Sovjetunie steeds meer atoomwapens. Met die wapens kunnen ze de wereld vele keren vernietigen. Ondanks alle dreiging komt het niet tot een oorlog. Wel houden beide kanten grote militaire oefeningen om voorbereid te zijn als er een aanval vanuit het Oosten of het Westen komt.