Zolang Nederland bestaat zijn er mensen uit andere landen hier naar toe gekomen om te blijven wonen. We noemen ze immigranten.
Vroeger waren Suriname en Indonesië delen van Nederland. Het waren koloniën. Toen de landen onafhankelijk werden, kozen veel mensen ervoor naar Nederland te komen. Een andere belangrijke reden waarom iemand zijn geboorteland verlaat, is werk. Vooral tussen 1955 en 1973 kwam er in Nederland steeds meer fabriekswerk. Nederland haalde arbeiders uit het buitenland om dit werk te doen. Ze kwamen eerst uit Italië en Spanje en later uit Marokko en Turkije. Veel van deze immigranten zijn hier gebleven. Hun kinderen zijn in Nederland geboren.
Nog een reden om je land te verlaten is gevaar, door oorlog of onderdrukking. Als deze vluchtelingen kunnen aantonen dat ze niet naar hun eigen land terug kunnen, mogen ze soms in Nederland blijven.
Tegenwoordig komen mensen van landen buiten de Europese Unie Nederland niet zomaar meer in. Alleen mensen uit landen binnen de Europese Unie mogen hier komen werken.
Mensen van buiten de EU die een verblijfsvergunning krijgen, moeten aan allerlei eisen voldoen, zoals het volgen van een inburgeringscursus.