Op een winterse dag in 1972 is het in een klap helder. Die blauwe lucht is niet zomaar een blauwe lucht. Filosofiestudent Bruno Latour zet zijn auto aan de kant en laat deze gedachte eens goed tot zich doordringen. Niets kan teruggebracht worden tot iets anders. Niets kan afgeleid worden uit iets anders. Alles kan verbonden worden met al het andere. Latour is een van de eerste filosofen die de aarde ziet als een groot netwerk. Een chaotisch krachtenveld tussen mensen en niet-mensen. Neem die blauwe lucht. Is dat nou puur natuur? Wel als je kijkt naar de vogels, de wolken, de breking van het licht, de chemoische verbinding tussen stikstof, zuurstof en...Maar hoe zit het met die witte vliegtuigstreep daar? En hoeveel instrumenten hebben we wel niet nodig gehad om tot onze kennis te komen en te zien wat we zien?
De wereld buiten ons is niet simpelweg terug te brengen tot de natuur, maar ook niet tot de samenleving. De hokjes die de moderne wetenschap heeft bedacht, cultuur en natuur, mensen en niet-mensen, feiten en waarden kunnen dus niet kloppen, zeg Latour. Dat is even schakelen. Het maakt de mens niet langer tot een hoofdrolspeler, maar één van de spelers. En de wetenschapper als eenzaam genie is een fabeltje. Die heeft immers hulp nodig van computers, kapitaal en peer-review.
Voor de aarde gebruikt Latour de naam Gaia, naar de Griekse oergodin. Daarmee bedoelt hij niet alleen de aarde zelf, maar het hele netwerk van levensvormen. Zelfs de eencelligen.
En dus, besluitt Latour, verdienen de ‘dingen' om ons heen een stem. Hij bedenkt het 'parlement der dingen', waarin niet-mensen zoals oceanen en mineralen rechten krijgen. Het is een oefening om de oude grenzen tussen mens en natuur los te laten en de andere spelers op waarde te leren schatten. Dankzij Latour is een blauwe winterhemel geen decorstuk meer, en zien we Gaia in actie. Zijn ideeen zijn door de klimaatbeweging volledig omarmd en relevanter dan ooit.