Ja, ik weet het. Ik loop hartstikke voor schut. Maar tachtig jaar geleden liepen heel veel mannen zo. Het ging toen namelijk heel slecht met de Nederlandse economie. Ongeveer net als nu. Alleen in de jaren dertig van de vorige eeuw was het zo erg dat één op de vier mannen langer dan 1 jaar werkloos was. En dat is gigantisch veel. Hier moet je kijken. Een krant uit 1932: Er is een ramp over ons gekomen. Een ramp waarvan de omvang niet te overzien is, niet te begrijpen is. Oud en jong worden gelijkelijk en meedogenloos getroffen. En deze krant kopt: Amsterdam in crisistijd. Hoe kan dat nou? Dat het ineens zo slecht ging met de Nederlandse economie? Nou een paar jaar eerder in 1929, is er in Amerika een crisis ontstaan. Amerikanen verliezen hun geld op de aandelenbeurs en gaan minder verdienen of ze verliezen gewoon hun baan. Amerika heeft ineens veel minder geld om producten van het buitenland te kopen. En daar hebben wij hier in Nederland last van, want Amerika kocht onder andere altijd heel veel bloemen en groenten van ons. Doordat de handel tussen de landen stilvalt, moeten heel veel bedrijven sluiten en daardoor komen de werknemers op straat te staan. Dat overkomt ook de vader van Siem. Siem is twaalf jaar en hij beschrijft wat de crisis voor hun gezin betekent. Dit is echt gebeurd. Vier jaar geleden was het allemaal heel anders dan nu. Maar ik weet nog wel dat alles toen minder somber was. Maar ruim een jaar geleden werd vader ineens ontslagen en hij vond geen nieuwe kantoorbaan. Iedereen wilde werk hebben, maar dat was er niet meer. Niet alleen het gezin van Siem had last van de crisis, heel veel hadden ermee te maken. Maar wat betekent dat dan, als je vader werkeloos werd? Hallo! Hoe maakt u het? Kom binnen. Wauw! Jij leeft ook nog echt in de jaren '30. Ja en mijn haar en mijn kleren zijn ook volgens de mode van de laatste tijd. En mijn huis is ingericht zoals veel mensen dat toen ook hadden. Ja het is echt heel anders dan bij mij thuis. Kijk, een kale plankenvloer, een beetje versleten kleden. Ouderwets wasrek bij een ouderwetse kachel. Die radio is echt te gek. En die bank is helemaal in stijl. Hoort er helemaal bij. Een ouderwets ledikant met echte dekens. Lekker warm. Is ook wel nodig zeg, zo zonder verwarming. Ja zo was het toen. Als je vader werkloos was in de crisisjaren was het echt heel erg, want vrouwen werkten bijna niet, dus iedereen was afhankelijk van het loon van papa. Wat gebeurde er dan? Kregen ze iets van de regering toen, iets van uitkering of zo? Ja en dat noemden ze steun in die tijd en om dat te krijgen moest je twee keer per dag een stempeltje halen en dan moest je uren in de rij staan zodat je niet stiekem wat bij kon verdienen. Dan moest de vader van Siem ook en daarvoor werd hij uitgescholden door een jongen op school. Schooiersjong, ik heb je vader wel gezien bij het loket van de steuntrekkers. Ja mensen schaamden zich vaak er heel erg voor dat ze steun moesten halen. Ze kregen ook maar heel weinig steun per week. Ongeveer 15 gulden. Dat is nu ongeveer 7 euro. En het maakte niet uit of je onderwijzer was of bankdirecteur. Iedereen kreeg hetzelfde en het was vaak minder dan de helft van wat ze normaal gesproken verdienden. Hoe kan je daar nou van leven? Ja, het was bittere armoede. De helft van wat je kreeg, dat ging op aan de huur en wat er van overbleef. Ja, daar kon je een beetje eten van kopen. Zo. Dat betekende fors bezuinigen. Het eerste verdwenen: de radio, want die was vaak op afbetaling gekocht. De kranten en tijdschriften, ook die voor de kinderen, zoals bijvoorbeeld de Okki. Je moest van je sportclub af. Maar ook voor de hele gewone dingen is er geen geld meer. Waar is de zeep? Vraagt de vader van Siem. Die is op, zegt zijn moeder. Je zult deze week zonder moeten doen. Zaterdag haal ik een nieuwe. Nou, het eten is ook al niks. Ja voor de crisis had je keuze uit dit soort spullen. Zelfs vlees kwam regelmatig op tafel, maar nu het crisis is, is daar geen geld meer voor. Daar schrijft Siem ook over. Vader pakte zijn vork en zei nogal bitter: lekker ouderwetse boerenkool met worst. Die worst moet je er maar bij denken, zei moeder. Daarna klonk alleen nog het geluid van tikkende en schrapende vorken. Er hing een stille spanning aan tafel. Vaak komt er alleen maar dit op tafel. Aardappels met lawaaisaus. Dat is een heel waterig sausje van margarine, een half Maggi blokje en heel veel water. Smakelijk. Wat ook veel gebeurd is dat werkloze mannen aan het werk worden gezet door de regering en dat mogen ze niet weigeren. Anders wordt direct hun steun ingetrokken. Het hele Amsterdamse Bos bijvoorbeeld is aangelegd door werklozen. En deze hele Bosbaan is met de hand uitgegraven. In het hele land zijn er trouwens dit soort werkverschaffingsproject. In Rotterdam en Den Haag worden parken aangelegd. In het noorden van het land wordt er van heideveld tot landbouwgrond gemaakt. Het is ontzettend zwaar en heel vies werk, tien uur per dag en het maakte niet uit of je nou bankdirecteur of onderwijzer was geweest. Iedere werkloze moest dit werk doen. Ook de vader van Siem moet heel hard werken bij een project aan de rivier de Maas. Daar moeten ze met duizenden mannen klei afgraven. Daarover schrijft Siem: het werk in de Uiterwaarden is heel zwaar. De mannen moeten zeulen met volle kruiwagens en werken in de rivierklei. Verschrikkelijk vermoeiend en de beloning is heel slecht en bovendien erg oneerlijk. Siem’s vader verdient er bijna niets meer mee dan de steun die hij al krijgt. Net als alle andere werklozen. En het is vaak ver van huis, zodat ze doordeweeks in barakken moeten blijven slapen. Het is een zware tijd. In 1934 besluit de regering de steun te verlagen. En het was al zo weinig. Hier in de Jordaan, dé arbeidersbuurt van Amsterdam gaan de mensen de straat op om te protesteren. Ze zijn wanhopig want ze lijden gewoon honger. Het loopt volledig uit de hand, er breken rellen uit, de politie treedt keihard op en het resultaat is zes doden en meer dan honderd gewonden. En het is allemaal voor niets geweest, want de verlaging van de steun gaat gewoon door. Maar het is toch niet alleen maar kommer en kwel? Nee, de mensen zitten s avonds gezellig spelletjes te doen zoals wij. En als ze het iets beter hadden en even konden sparen, konden ze naar de bioscoop of ze konden gaan dansen. Het was best gezellig en kinderen zoals Siem gaan gewoon naar school en ze spelen heel veel op straat. Want er zijn niet zoveel auto's. Nee, de straten zijn van de kinderen. Het is hun domein. Na 1936 ging het trouwens ook langzaam beter met de Nederlandse economie. De crisisjaren zijn voorbij.