Je bent een vreemde taal aan het leren voor een toets of omdat je nar het buitenland gaat, maar die woordjes blijven maar niet in je hoofd zitten. Hoe kun je die nou het beste opslaan in je brein? Zeven jonge wetenschappers van de Radboud Universtieit wonnen een internationale wedstrijd met hun methode van woordjes leren. Ze hebben vier tips voor je:
1. Deze ken je nog van vroeger. Schrijf niet alleen je woordjes in twee kolommen op maar overhoor je zelf ook. Dek bijvoorbeeld de vertaling met je hand af. Zo zoek je de vertaling in je geheugen op en oefen je het herinneren.
2. Varieer met oefenen. Vertaal beide kanten op en zorg ervoor dat je de rijtjes niet op vaste volgorde leert. Door ze door elkaar te husselen voorkom je dat je geheugen de volgorde onthoudt in plaats van de woordjes zelf.
Het is ook goed om wat pauzes te nemen tussen het leren. Beter dan een uur stampen kan je twee keer een half uur leren over de dag verspreiden. Zo train je je geheugen om dieper te graven.
3. Bedenk een ezelsbruggetje en visualiseer dat. Bijvoorbeeld sumo, het Spaanse woord voor sap. Stel je daarbij een sumoworstelaar voor, die sap drinkt. Het idee erachter is is dat het gemakkelijker is een woord in je brein terug te vinden as je het koppelt aan iets dat je al kent. Je maakt dus gebruik van een associatie die je al hebt Je kan het trouwens nog beter onthouden als je de sumoworstelaar iets laat doen wat je wel of niet leuk vindt. Laat hem bijvoorbeeld sap over je jurkje knoeien, zo blijft ie je zeker bij.
4. Verbind het woord of beeld aan een locatie die je kent. Bijvoorbeeld, zet de sumoworstelaar op de keukentafel thuis. En doe dit ook met andere woorden. Zet het woord voor banaan in het Litouws op je nachtkastje en hang het woord voor konijn in het Frans aan je hanglamp. Omdat je de ruimte goed kent is het makkelijker om het woord weer op te roepen.
Dat waren ze, doe er je voordeel mee.