We hebben allemaal wel eens een moment dat we, ho wacht, pas op, jongen! Even niet goed opletten. Een ongeluk zit immers in een klein hoekje. Nou zijn een paar blauwe plekken niet zo erg maar als je iets breekt wordt het een ander verhaal want dan moet je in het gips. Jij. Meekomen. Bij ernstige pijnklachten word je eerst onderzocht en vaak wordt er ook een röntgenfoto gemaakt. Als ze daar een breuk op ontdekken moet ie worden ingepakt. En dat inpakken dat doet de gipsverbandmeester. Kijk eens, een vrijwilliger. Er zijn meerdere soorten gips. Laten we beginnen met kalkgips. Dit gips wordt binnen 24 uur na de breuk gebruikt. Eerst wordt het been in de goede positie gezet. Dan gaat er een kous omheen. Die kous zorgt ervoor dat e huid beschermd wordt tegen dat gips en dat het gips niet aan de huid blijft plakken. En dat eventueel transpiratievocht kan worden afgevoerd. Watten worden gebruikt om eventuele zwellingen op te vangen. Dan het verband met poedergips. Wordt natgemaakt, om het been gewikkeld en op het laatst in vorm gebracht. Dit is een spalk en die is aan de voorkant open zodat er ruimte is voor een eventuele zwelling. Dit is een koker, en die koker is bedoeld voor stabilisatie zodat je niks kunt bewegen en alles goed strak verpakt zit. Dan is er ook nog kunststofgips, hard en zacht. Is dus eigenlijk geen echt gips maar kunststofverband met glasvezel en kunsthars. Ook hier een katoenen kous, watten, en dan gaat het kunststofgips eromheen. Is heel plakkerig en het moet ook nog een keer heel snel gebeuren want het droogt binnen 5 minuten. Ziet er mooi uit, en het is ook heel hard. Maar we hebben nog een arm. Dat zachte kunststofgips s flexibel en wordt meestal gebruikt bij kleine breuken. Dat gips moet er ook af en dat doen ze met een schaar of met een elektrische zaag. Die zaagt niet maar trilt, waardoor het wel door gips heen gaat, maar niet door je huid. Nou, zo doen ze dat dus.