In Joegoslavië wonen katholieken, orthodox christelijke en islamitische mensen vreedzaam naast elkaar.
Maar dat verandert als een aantal gebieden in Joegoslavië onafhankelijk wil worden. Daardoor valt in 1991 Joegoslavië uiteen in vijf kleine landen.
Eén van die landen is Bosnië. Er leven vooral moslims, maar ook christenen. De buurlanden van Bosnië, Kroatië en Servië willen het gebied waar de christenen wonen bij hun eigen land voegen.
Dit leidt tot een oorlog.
Arnela woont met haar familie in Bosnië. De oorlog verscheurt haar familie. Arnela’s vader is moslim en moet vechten tegen de christenen. Arnela’s moeder is christen. Uiteindelijk vlucht het hele gezin naar Nederland. Arnela’s ouders scheiden van elkaar. Nu, jaren later, de oorlog is allang voorbij, reist Arnela naar Bosnië om uit te zoeken wat er toen in die oorlogsjaren is gebeurd.
"Ik reis nu naar Doboi, mijn geboortestad, opzoek naar antwoorden over mijn ouders."
Doboi werd bezet door Serviërs, waardoor de moslims de stad moesten ontvluchten. Vanuit de bergen probeerden ze Doboi terug te veroveren.
"En mijn vader is één van die moslims die de bergen in moest om deze stad aan te vallen. Terwijl wij hier zaten. Zijn zus, zijn moeder, overige familie. Mijn vader had geen keus en dat is iets wat hij moest doen en ik weet dat het mijn vader ook heel veel pijn doet en dat hij elke dag met de gedachte zat toen hij op deze stad schoot dat hij ons misschien wel kon doden."
Mijn vader zat aan het front. Acht maanden hoorden wij niets van hem. We hadden geen idee of hij nog leefde. Toen kwam er een telefoontje uit Zenica. Deze stad was bezet door moslims en Kroaten. Mijn vader vertelde dat in Zenica alles beter was. Er waren zelfs bananen en aardbeien. Dus mijn moeder, broertje en ik gingen naar mijn vader toe.
In Zenica waren helemaal geen aardbeien en bananen. De stad was omsingeld waardoor er geen eten binnenkwam. We hadden honger. Ik ga op zoek naar de kerk die tijdens de oorlog voedsel uitdeelde.
“Dit is de katholieke kerk. Omdat mijn moeder Servisch is, of haar achternaam in ieder geval, en mijn vader moslim, mochten we hier geen eten halen. Mijn moeder kon toen aantonen dat haar moeder katholiek is. Mijn moeder heeft toen gesmeekt of we wat eten mochten krijgen, en hier zijn eigenlijk ook alle problemen begonnen, want Serviërs werden hier niet echt op prijs gesteld. En toen mensen er eenmaal achter kwamen dat mijn moeder Servisch was, was mijn vader eigenlijk onze enige bescherming. En als die er toen niet bij ons was geweest, weet ik niet hoe wij het hier hadden gered.
Ik denk dat die tijd hier mijn ouders heel erg heeft geraakt, waardoor ieder zijn eigen kant koos, en op een gegeven moment niet meer samen konden leven”.
Door de oorlog was mijn vader een ander mens geworden. Hij voelde zich nu een echte moslim. Mijn broertje moest besneden worden en een islamitische opvoeding krijgen. Mijn moeder begreep dit niet en vervolgens koos zij partij voor de Serviërs.
Door mijn reis in Bosnië ben ik mijn ouders beter gaan begrijpen. Toch zit ik nog met de vraag waar ik in Bosnië geen antwoord op kon krijgen. Mijn ouders zijn elkaar gaan haten. Ik ben half Servisch, half moslim, dus misschien haten ze ook een deel van mij.
Arnela vraagt moeder of ze haar ook deels haat, omdat ze voor een deel moslim is. Moeder zegt, natuurlijk niet, ze houdt van haar dochter.
Arnela vraagt vader of ze haar ook deels haat, omdat ze voor een deel moslim is. Vader zegt, natuurlijk niet, jullie zijn mijn vlees en bloed en ook al is dat gemengd van jullie zal ik altijd houden.
Arnela vertelt haar moeder dat ze altijd het gevoel heeft te moeten kiezen (Arnela huilt). Moeder vindt dat ze daar geen rekening mee hoeft te houden. Ze moet haar eigen leven leiden. Ook moeder wordt emotioneel
Vergeet de vervelende herinneringen en onthoud de mooie.