We kunnen aan de hand van de bloedgroepbepaling bepalen welke bloedgroep iemand heeft. Ieder mens heeft namelijk een bepaalde bloedgroep. De vier belangrijkste bloedgroepen zijn: A, B, AB en O. En bloed van verschillende bloedgroepen kun je absoluut niet met elkaar mengen, er ontstaat dan namelijk een reactie, een zogenaamde klonterreactie. En op basis van deze klonterreactie is dus de bloedgroepbepaling gebaseerd.Als je kijkt naar de bloedgroepen, dan zie je hier bepaalde stoffen op. De stoffen die zich op het celmembraan van de rode bloedcellen bevinden bepalen eigenlijk welke bloedgroep je hebt. Hier zie je een rode bloedcel van bloedgroep A. Je ziet hier zo de stoffen die bepalen dat het bloedgroep A is. Deze stoffen noemen we "bloedfactoren". Dit zijn de bloedfactoren van bloedgroep A en je ziet, dat die een andere vorm hebben dan de bloedfactoren van bloedgroep B. Bloedgroep AB heeft beide bloedfactoren, zowel de bloedfactor A als bloedfactor B. Bloedgroep O heeft geen enkele bloedfactor.Hiernaast is nog iets anders wat belangrijk is om te weten: de rode bloedcellen komen voor in het bloedserum. In het serum bevinden zich antistoffen. Bloedgroep A heeft antistoffen tegen bloedgroep B. Bloedgroep A heeft dus antistoffen die passen op de bloedfactoren van bloedgroep B. Als je bloed van bloedgroep A mengt met bloed van bloedgroep B, dan krijg je die klonterreactie. Ze zullen op elkaar reageren.